(english text below)
  • Brief aan: Griet Van de Velde
  Pretentieloos. Direct. Schraal. Intuïtief. Onzichtbaar. Eenvoud. Unheimlich. Leeg. Banaal. Tijdloos. Schoon. Dat zijn woorden waaraan ik onmiddellijk denk bij het zien van de foto’s van Griet Van de Velde. Ik heb bewust het woord melancholisch niet aan het rijtje toegevoegd. Elk beeld dat leeg en verlaten is, ontdaan van de menselijke figuur, wordt al snel als melancholisch omschreven. Al te vaak wordt met het belangrijke begrip melancholie gesjacherd. Het zou goedkoop zijn om het ook aan het werk van deze kunstenaar toe te schrijven, een indicatie van de gemakzucht van de toeschouwer. In het werk van de kunstenaar is iets anders aan de hand. Ik omschrijf het liever als het kleine verval. Al jaren is Griet Van de Velde discreet een inventaris aan foto’s - te vroeg om het een oeuvre te noemen - aan het uitbouwen. Het is dankzij de Cubaanse kunstenaar Wilfredo Prieto dat de resultaten van de intieme handeling van het fotograferen publiek geworden zijn. Sinds die eerste tentoonstelling in 2014 krijgt dit kwetsbare werk voorzichtig zichtbaarheid. Eén ding kan men op dit moment met zekerheid zeggen. De foto’s mijden de menselijke figuur maar benadrukken die plekken die door mensen even of voor altijd zijn achtergelaten. Stoelen, tafels, vensters, gordijnen, planten, … zijn vaak present in de werken. Het zijn de fysieke getuigen van een gebeurtenis of van een bestaan. De intieme elegantie van het alledaagse wordt opgezocht en vastgelegd. Griet Van de Velde heeft de neiging op zoek te gaan naar de schoonheid in het ‘armoedige’, in wat achtergelaten is. Een strandjutter is iemand die op zoek gaat naar spullen die op het strand zijn aangespoeld. Griet Van de Velde gaat als een strandjutter op zoek naar beelden. Ze is op zoek naar situaties die bestaan, maar die slechts dankzij de handeling van het fotograferen een bepaalde betekenis krijgen. Onzichtbare delen van de werkelijkheid worden gevoed met een afgewogen esthetische blik. Neem bijvoorbeeld het beeld ‘Waterfall’ uit 1998: een gesloten deur, een donkerrode Skai kunstlederen zetel en een ingekaderde reproductie van een waterval in een bos zijn de drie protagonisten van het beeld. Een lichtvlek tekent zich ergens af rechtsboven de deur. De afdruk van het beeld zelf is kleiner dan een handpalm, een miniatuur dus. Maar binnen de ingehouden oppervlakte van het beeld vibreert de miskende schoonheid en de suspense van het banale. Als we voorbijgaan aan wat we zien, heeft dit beeld ongewild iets schilderkunstig. De foto wordt een door kleuren en vormen gedicteerd oppervlak waarvan we als toeschouwer meer getuige dan deelnemer zijn. Net zoals alle beelden van Griet Van de Velde is ook dit beeld een ‘locus delicti’. Het delict ligt meer in de handeling van het fotograferen dan het vermoeden wat er op de onbestemde plek gebeurd is. ‘A photography is a secret about a secret. The more it tells you the less you know.’ Hoewel dit een citaat van een fotografe is die bijna uitsluitend mensen fotografeerde, toch sluit dit aan bij jouw werk. De aandacht die jouw werk heeft voor het ondraaglijk banale, onthult en verraadt ons vaak meer over de werelden waarin geleefd wordt dan de uitgesproken fotografische blik van vele fotografen.   Philippe Van Cauteren, Wippelgem, 31 mei 2017    
  • Letter to: Griet Van de Velde
  Unpretentious. Direct. Meagre. Intuitive. Invisible. Simplicity. Unheimlich. Empty. Mundane. Timeless. Beautiful. All words that immediately come to mind when I see the photography of Griet Van de Velde. Deliberately choosing not to add the word melancholic. An empty and desolate image, deprived of the human figure, is all too easily described as being melancholic. All too often the important concept of melancholy is being bargained with. It would be cheap to attribute it to the work of this artist, an indication of the spectator's laziness. Something else is going on in the work of the artist. I prefer to describe it as ‘the small decay’. For years, Griet Van de Velde has discretely built up an inventory - too early to call it an oeuvre - of photographs. It is thanks to the Cuban artist Wilfredo Prieto that the results of these intimate acts of photography have become public. Since that first exhibition in 2014 this vulnerable work is carefully getting visibility. At this moment one thing is for certain. The images avoid the human figure but emphasize those places abandoned by people, for a while or for ever. Chairs, tables, windows, curtains, plants, ... are often present in the work. They are the physical witnesses of events, of existence. The intimate elegance of everyday life is sought after and documented. Griet Van de Velde tends to go out and look for the beauty in the ‘penurious’, in the abandoned. A beachcomber is someone searching beaches for items of value washed ashore. Griet Van de Velde searches for images like a beachcomber. She searches for situations that exist, but only get a certain meaning through the act of photography. Invisible parts of reality are being fed through a measured aesthetic eye. Take for example ‘Waterfall’ from 1998: a closed door, a dark red, faux leather skai chair and a framed reproduction of a waterfall in a forest are the three protagonists of the image. A patch of light shows up somewhere at the top right above the door. The print itself fits in the palm of your hand, a miniature. But within the frame of this restrained surface there vibrates an unknown beauty, the suspense of the mundane. If you look beyond what you see, the image - unwillingly - has something painterly. The picture becomes a surface dictated by shape and colour making the spectator rather a witness than a participant. Like so many of Griet Van de Velde's images this too is a ‘locus delicti’. The ‘delict’ is rather situated in the act of photography than in the suspicion of what happened in this indeterminate spot. ‘A photography is a secret about a secret. The more it tells you the less you know.’ Although this is a quote by a female photographer who almost exclusively photographed people, it still applies to your work. The attention in your work for the unbearably banal often reveals and exposes more about the worlds in which we live than the distinctly photographic eye of many photographers.   Philippe Van Cauteren, Wippelgem, May 31, 2017. Translation by Thierry Mortier